Plaatsing:
- De ondergrond dient droog te zijn en vrij van vervuiling.
- Op een geprofileerd stalen dak dienen langsnaden haaks geplaatst te worden op de cannelures.
De kopse naden zijn bijgevolg georiënteerd in de cannelurerichting.

- De kopse naden tussen aangrenzende isolatieplaten dienen steeds minimaal 20 cm te verspringen.
- Bij toepassing van meerdere isolatielagen dienen de naden van de isolatielagen te verspringen.
- De isolatieplaten steeds aaneengesloten aanbrengen, openingen ter hoogte van aansluitingsdetails dienen na plaatsing te worden afgedicht met PU schuim.

Versnij de isolatie passend rondom
doorvoeren of andere dakkopeningen. Om de continuïteit van de isolatie rondom deze details te verzekeren worden eventuele openingen dichtgespoten met een geschikt
PU schuim.